75 jaar KONINKLIJK ONDERWIJSFONDS VOOR
Home geschiedenis schepen scholen kombuis reunie verhalen
forum gastenboek

VERHALEN OVER HET KOF

Verhalen

Ben Oskam

Noorderhelling

C. J. Schot

Joubertstraat

Ed Bartels

Delfzijl

G. v Woudenberg

Wilhelmina

H Oldenburger

Delfzijl

Fred Torn

Delfzijl

Jan van Asselt

Delfzijl

Henk Helmendag

Noorderhelling

Bert Hufener

Delfzijl

Sjef Witjes

Wilhelmina

G erard Wassink

Rotterdam

Leo Planken

Delfzijl

Rene Overveld

Harlingen

Jaap Rademaker

Joubertstraat

Jos Keuvelaar

Wilhelmina

Bart Cornelisse

Wilhelmina

Joop van Rij

Prins Hendrik

Bart de Goeij

Pr.. Juliana

Wil de Boer

Kon Wilhelmina

Kees Kuperus

Harlingen

Verhalen

Het waargebeurde verhaal van twee leerlingen van de ‘Oranje Nassau’ in Delfzijl. (vervolg)
Alsof het was afgesproken slopen we onder beschutting van de opbouw het gangboord in naar voren. Doel, het kabelgat. Dat lukte, hij zag ons niet. Had hij dat maar wel gedaan, want hier begon ons hopeloos avontuur pas echt.
We hadden een tijdje in het kabelgat gezeten en gingen eens kijken of de boots al vertrokken was. Die was weg. Wat nu, terug naar school en daar maar zien wat voor straffen op zoiets stonden. Zes keer slaapzaal bestrooid met zaagsel vegen? De eetzaal erbij? Minstens een paar weekenden binnenblijven. Nou ja, het moest dan maar. We besloten terug te gaan. Maar toen Jacob zijn hoofd voorzichtig boven het kabelgatdeksel stak om te zien of de kust nog vrij was, was er juist een vreemd persoon bij het schip gearriveerd en riep of er iemand aan boord was.
Tinus kwam boven en stond de man te woord.Wij dus afwachten. De man ging weer en toen hij verdwenen was glipten we naar de hut van Tinus.
Tinus was nu echt bezord om ons en vroeg of wij van de pot gepleurd waren en onmiddelijk naar school moesten want die man van daarnet was van de politie en had de opdracht naar ons uit te kijken. En hier aan boord konden we niet blijven, daar kwam nog bij dat de Diannel nog wat lading kreeg en morgen vroeg zou vertrekken bij hoogwater.

Dat de man van de politie was daar schrokken we erg van. Mijn opa zat ook bij de politie, ik wist hoe streng die kon zijn en ze zouden van hier ons avontuur naar hem overbrieven natuurlijk. In werkelijkheid gebeurt dat nooit zo natuurlijk, maar ja ik was pas veertien jaar en was altijd vol ontzag voor ouderen en zeker als ze van de politie waren. Jacob zat het ook niet lekker, dat zomaar terug naar school gaan. We keken elkaar op de kade aan en als een gedachte wisten we het, we gaan mee naar Engeland en daar zagen we dan wel verder. Waar verschuilen verstekelingen zich normaal? In een reddingboot. De Diannel had er maar een en die stond op het achterdek in vaarrichting, goed met een pressening afgedekt. Als een man wij weer aan boord en aan de havenzijde de pressening los gemaakt, en toe er voorzichtig in geklommen. Maar als je in de sloep zit kun je aan de buitenkant de pressening niet dichtmaken maar dat deed Jacob zo goed mogelijk toch een beetje en daar lagen we dan, wachtend op de volgende morgen en het vertrek naar Engeland. We hadden tijd genoeg om te berekenen hoe lang het schip erover zou doen om het punt te komen waar de loods van boord zou zijn op de Eems, daarna konden we tevoorschijn komen en zou het schip doorvaren naar Engeland. Dat had de kok van het schip ook eens geflikt toen hij zijn meisje vanuit Engeland had meegesmokkeld. Veel plezier heeft hij echter niet van zijn liefje gehad want zij werd meteen op zijn kosten op de trein en veerboot terug naar Engeland gezet. Ja,ja, we kenden al die verhalen en waren er zeker van dat het ons wel zou lukken.
Het was koud die vroege voorjaarsmorgen . Er was wat wind komen opzetten en dat zorgde ervoor dat we de flapperende pressening af en toe goed naar beneden moesten houden, anders zou het iemand op kunnen vallen. Wachten wachten en rillen van de kou en nauwelijks geslapen. Plots was er her geluid van de hoofdmotor en hoorden we het gerommel met staaldraden om ons heen. ‘We gaan lijkt het wel’! stelden we vast. Dat alles werd nog eens sterk bevestigd toen we drie korte stoten op de scheephoorn hoorden,’ik sla achteruit’ En inderdaad, we voelden de sterke trillingen van het schip, ten teken dat we achteruit voeren. Stop, vooruit.We hoorden aan het schroefwater dat ze nu vooruit voer, dus de haven uit. Dan zou zo dadelijk een langgerekte stoot op de hoorn duidelijk maken dat we op de Eems zaten en dan maar wachten.Maar waar bleeft de stoot, die kwam niet....!Dan maar even onder het zeilkleed doorkijken om te zien of we al op de Eems zaten, misschien blies de Diannel wel helemaal niet?‘ Oei ‘ !! We keken recht in het gezicht van de stuurman die al even verbaast was ons te zien.
‘ Wat voor de duivel doe jullie hier’? Ga eens als de sodemieter naar jullie school, heel Delfsiel is jullie aan het zoeken, ja!
‘Maar maar zitten we dan niet op de Eems naar Engeland’?
‘Nee, ah ik voel ‘m al, jullie wilden mee naar Engeland en je hoorde de motor en die hoor je nog.Maar dat komt omdat we moesten verhalen, nog een beetje lading en dan zouden we meteen gaan, vandaar dat de motor nog bij staat’!

lees verder

Verhalen
item5a
item5a1

copyright: Sjirk Dijkstra

Home Home geschiedenis kombuis gastenboek