![]() |
|
De opleidingsschepen van het KOF |
![]() |
||
Het eerste opleidingsschip De aanschaf van een opleidingsschip ten behoeve van het zeevaartonderwijs is vanaf het begin van de vorige eeuw veelvuldig een onderwerp van gesprek geweest tussen scholen en Ministerie's. "In de practische vorming der a.s stuurlieden is eene geregelde opklimming gewenscht, waarbij begonnen wordt met zwemmen en roeien om vervolgens het zeilen met zeilsloepen. Daarna of ook wel tegelijk met deze oefeningen komt het varen met lichte vaartuigen in de Zuiderzee en in de zeegaten aan de beurt, tenslotte na afloop van den 2-jarige cursus een zeereis zou zijn te maken op een opleidingsschip". Practische vaaropleidingen dus, maar de overheid had in die tijd nog geen oren naar opleidingsschepen. De heer de Jong, destijds directeur van de Nederlandsche Vereeniging van Gezagvoerders bij de Binnenvaart (voorloper van het latere KOF), zag spoedig het belang in van practische instructie aan boord van een opleidingsschip. In 1918 werd van een bevriende organisatie het 2-mast zeiljacht "Lichtstraal" ter beschikking gesteld van de onderwijscommissie. Met dit schip werd een eerste poefentocht met 12 binnenschippers gemaakt op de Zuiderzee. Deze eerste reis werd een succes maar op den duur voldeed het schip niet aan de verwachting die de heer de Jong zich had gesteld. Naast het varen met leerlingen was men van mening dat het schip ook ingezet diende te worden voor tochten met onderwijzend personeel van de over het land verspreid ligende scholen. Daar de "Lichtstraal" onvoldoende voor deze inzet hiervoor was uitgerust en werd er uitgezien naar een ander en beter uitgerust schip. Het duurde nog tot 10 april 1925. Op die datum werd de 2-master "Prins Hendrik" in gebruik genomen en vertrok voor een eerste oefentocht met leerlingen van de Roterdamse zeevaartschool naar de Zeeuwse stromen. In de periode 1925 - 1976 zullen er nog zes opleidingschepen worden gebouwd en worden "gereed" door het KOF. |
|||
![]() |
|||
copyright: Sjirk Dijkstra |
|