![]() |
|
Prinses Beatrix |
![]() |
|||||||||||||
Als gevolg van een toenemend aantal leerlingen op de dagnijverheidsscholen van het KOF werd de vaartijd die leerlingen op een opleidingsschip verbleven te gering. Ook inverband met de voortschrijdende techniek in de binnenvaart werd het noodzakelijk geacht dat leerlingen meer praktijkuren aan boord van een instructieschip zouden krijgen. Het was in 1956, dat er een voorlopig plan werd goedgekeurd over een schip waar een gehele klas tegelijkertijd kon oefenen. Voorwaarde was wel dat het schip ook geschikt moest zijn voor de ruimere vaarwaters en ook de Midden- en Bovenrijn moesten tot het vaargebied behoren. In 1958 krijgt de Scheepswerf Hendriks in Dodewaard de opdracht. De kiellegging vond onder grote belangstelling plaats op 15 maart 1959 en met enige vertraging door de lage waterstand werd de “Prinses Beatrix” in januari 1960 te water gelaten. De maand daarop, 17 februari, vond de overdracht plaats. De afmetingen komen vrijwel overeen met een kempenaar en zijn: 53,50 m lang, 7,08 m breed en een diepgang van 1,65 m. In de machinekamer werd een 5 cylinder 250 pk Bolnes motor geplaatst. Deze motor heeft inmiddels vele jaren trouw dienst gedaan. Vanaf de indienststelling tot aan 1979 voerde kapitein P.C Noordhoek het bevel over dit schip. In 1979 wordt hij wegens pensionering opgevolgd door A. van der Ent |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
Tijdens de bouw |
||||||||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||
Doop en te waterlating |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||