75 jaar KONINKLIJK ONDERWIJSFONDS VOOR
Home geschiedenis schepen scholen kombuis reunie verhalen
forum gastenboek
  Geschiedenis in het

Geschiedenis Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart (02)

De oprichting
In 1919 benoemde het hoofdbestuur van de vereniging van gezagsvoerders in de binnenvaart een commissie om een definitieve oplossing te brengen voor de organisatie van de onderwijszaken van de vereniging. Deze commissie kwam tot de slotsom dat het dringend gewenst is het bestuur en beheer van de scholen los te maken van de vereniging. Er moest een stichting komen met als doel:
"het bevorderen van onderwijs ten behoeve van de binnenvaart en hen die daarin arbeiden en van hunne kinderen en voorts in het algemeen al wat met dat onderwijs verband houdt of ter bevordering daarvan strekken kan".
Als gevolg van dit advies werd inderdaad een afzonderlijk rechtspersoon in het leven geroepen, die de naam kreeg van "Stichting Onderwijsfonds van de Nederlandsche Vereniging van Gezagvoeders bij de Binnenvaart". De stichtingsakte werd op 5 juli 1921 te Amsterdam verleden, nadat op 27 juni daaraan voorafgaande de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen de statuten had goedgekeurd. De formulering van de doelstellingen week af van wat de commissie van advies had geformuleerd. De redenen hiervoor zijn niet meer te achterhalen.

De omschrijving is nu:
"Doel der stichting is het bevorderen van vakonderwijs in de binnenvaart, de uitgave van leerboeken ten behoeve van dat onderwijs en voorts in het algemeen al wat met dat onderwijs verband houdt of tot bevordering daarvan kan strekken".

Het stichtingsbestuur bestond uit een voorzitter, tevens directeur-leider, die werd benoemd door de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en uit leden, die werden aangewezen door de plaatselijke commissies voor de Directeur schippersvakscholen. Alle aanwijzingen geschieden voor de duur van vier jaar.

Directeur en bestuur
Directeur-leider werd de heer Gerben de Jong. Met twee nadere bestuursleden vormde hij het dagelijks bestuur, dat met de dagelijkse leiding en het beheer van de scholen werd belast. De leden van het bestuur ontvingen "generlei vergoeding voor hunnen bemoeiingen" met uitzondering van de voorzitter, aan wie een salaris kon worden toegekend, dat echter door de Minister diende te worden goedgekeurd. De Jong, toen nog gemeenteambtenaar kreeg voorshands geen salaris. de inkomsten van de stichting bestonden uit subsidies, rente van het kapitaal, ƒ1000,- van de Vereniging van Gezagvoerders en uit schenkingen, legaten en bijdragen.
De centrale administratie kreeg voorlopig onderdak in het huis van De Jong, aanvankelijk aan de Nieuwe Zijds Kolk 10, naderhand aan de Binnenkant 22, waarheen en het gezin en de administratie in 1923 verhuisde. Het zou tot december 1941 duren voordat de administratie een zelfstandige vestiging kreeg aan de De Ruyterkade 139. In november 1949 werd voor de laatste maal verhuisd, nu naar het kantoorgebouw "Candida" aan de Nieuwezijds Voorburgwal 120 te Amsterdam.

 

Lees verder

item15a
item5a
item5a1

copyright: Sjirk Dijkstra

Home Home Home geschiedenis kombuis gastenboek